Bv HCGB Advocaten • Amerikalei 215, 2000 Antwerpen • T + 32 3 259 09 59 • F + 32 3 237 60 36 • 

Terug naar het overzicht

Is de schenking met last een schenking?

Deze bijzonder interessante vraag die tot het doctoraal onderzoek van ondergetekende behoorde, is recent aan bod gekomen in een voorafgaande beslissing van Vlabel (VB nr. 20036 van 7 september 2020, gepubliceerd op 7 oktober 2020).

 

De aanvragers wensen hun familiale bedrijfsactiva (landbouwgronden met land- en bedrijfsgebouwen) te schenken aan de oudste zoon. De totale verkoopwaarde van deze goederen wordt geschat op 2.000.000 EUR. Omdat de ouders in de toekomst op een comfortabele manier in hun levensonderhoud willen blijven voorzien, is hun bedoeling de oudste zoon een last tot betaling van een bedrag van 1.600.000 EUR op te leggen. Daarnaast zou hij aan zijn broer een bedrag van 200.000 EUR moeten betalen. De aanvraag van de ouders strekt ertoe de bevestiging te krijgen dat de voorgenomen schenking wel degelijk een schenking is.

 

De vraag peilt dus naar de kwalificatie van een voorgenomen overeenkomst. Is die om niet of is die onder bezwarende titel?

 

De wettelijke aanknopingspunten voor het antwoord op deze vraag zijn te situeren in de artikelen 1104 t.e.m. 1106 van het Burgerlijk Wetboek. De toepassing van deze -overigens zeer complexe- artikelen in een concreet geval beoordelen, behoort niet tot de taak van Vlabel.

 

De echte vraag is uiteraard welke belasting Vlabel aan de voorgenomen overeenkomst zal verbinden. Dat zal schenkbelasting zijn als de overeenkomst een schenking is. Van een schenking is volgens een klassieke benadering sprake wanneer iemand zich met een vrijgevige intentie (intentioneel element) verarmt ten voordele van een ander, die de verrijking (materieel element) aanvaardt. De schenking kan afhankelijk worden gesteld van de uitvoering van een last. Nog volgens een klassieke benadering, hangt de kosteloosheid van een schenking met last af van het objectief waardeverschil tussen het geschonken goed en de last (in casu 2.000.000 – 1.600.000 – 200.000 = 200.000 EUR). Men gaat er immers over het algemeen van uit dat terwijl het intentioneel element subjectief, het materieel objectief is. Uit recenter onderzoek blijkt dat ook het materieel element subjectief te benaderen is (A. AYDOGAN, De aard van de overeenkomst, Antwerpen, Intersentia, 2014, p. 381).

 

Als de partijen van oordeel zijn dat er sprake is van een verrijking van de ene ten gevolge van een verarming door de andere die uit vrijgevigheid handelt, is er een schenking. Hoe groot de verrijking is en of die na aftrek van alle lasten nog ‘substantieel’ is -waarover Vlabel in casu zegt dat dat niet het geval is-, is irrelevant.

 

Het gaat dan ook niet op om een schenking met last te herkwalificeren als een overeenkomst onder bezwarende titel (met toepassing van 10% registratiebelasting tot gevolg) omdat Vlabel discretionair de vrijgevige intentie in twijfel trekt en de finale verrijking van de begiftigde ten belope van 200.000 EUR niet substantieel vindt. Gelet op het feit dat een groot deel van de bevolking nooit een schenking met die waarde ontvangt, is de benadering van Vlabel niet alleen juridisch onjuist, ze getuigt ook van weinig realiteitsbesef.

 

Ayfer Aydogan