Bv cvba HCGB Advocaten • Amerikalei 215, 2000 Antwerpen • T + 32 3 259 09 59 • F + 32 3 237 60 36 • 

Terug naar het overzicht

Een dubbele ontbindende voorwaarde is geen ontbindende voorwaarde.

Het Hof van beroep te Gent besliste in een arrest van 28 januari 2020 (onuitg. AR 2018/2157) dat een beding in het huwelijkscontract, waarin aan de inbrengende echtgenote het “recht” wordt toegestaan om de ingebrachte goederen terug te nemen (zonder aanrekening op zijn aandeel in de gemeenschap) ingeval van ontbinding van het huwelijksvermogensstelsel door echtscheiding, geen ontbindende voorwaarde is.

Immers, bij een ontbindende voorwaarde komt de uitwerking van de voorwaardelijke verbintenis bij de verwezenlijking van de toekomstige en onzekere gebeurtenis automatisch of van rechtswege (en retroactief) ten einde. Welnu, zegt het Hof, de optie die aan de inbrengende echtgenote werd gegeven om de terugname al dan niet uit te oefenen, ontneemt aan het in het huwelijkscontract opgenomen voorwaardelijk beding zijn automatische werking. De terugname volgt dus uit een nieuwe juridische handeling gesteld door de inbrengende echtgenote, en niet automatisch of van rechtswege op grond van de bepaling opgenomen in het huwelijkscontract, is er geen ontbindende voorwaarde.

Nochtans zijn gezaghebbende civielrechtelijke auteurs (COENE, VERBEKE en BAEL) van oordeel dat men, in het geval van een optioneel beding van terugkeer, te maken heeft met een dubbele ontbindende voorwaarde: het vooroverlijden van de begiftigde en een  potestatieve voorwaarde in hoofde van de schenker, het al dan niet kiezen voor de terugkeer. In het geval van een terugnamerecht bij inbreng in het gemeenschappelijk vermogen ingeval van echtscheiding, is het niet anders. Er is een ontbindende voorwaarde  (ontbinding van het huwelijksvermogensstelsel door echtscheiding) en daarop geënt een potestatieve voorwaarde in hoofde de inbrengende echtgenote.

Het standpunt van het Hof heeft zeer vergaande gevolgen. Indien een dubbele ontbindende voorwaarde geen ontbindende voorwaarde meer is, kan men immers niet stellen dat bij een optioneel beding van conventionele terugkeer, de geschonken goederen niet meer in de nalatenschap van de vooroverleden begiftigde aanwezig zijn, met alle civielrechtelijke en fiscale gevolgen vandien.

N. Geelhand de Merxem