Bv cvba HCGB Advocaten • Amerikalei 215, 2000 Antwerpen • T + 32 3 259 09 59 • F + 32 3 237 60 36 • 

Terug naar het overzicht

En nog een strenge voorafgaande beslissing van Vlabel over het beding van aanwas

Vandaag wordt een voorafgaande beslissing bekendgemaakt op de website van Vlabel over een beding van aanwas, voorafgegaan door een overstap van het stelsel van gemeenschap van goederen naar een stelsel van scheiding van goederen (voorafg.besl. nr. 19047, dd. 21 oktober 2019).

 

In casu wensten twee( kinderloze) echtgenoten gehuwd onder het Belgisch wettelijk stelsel over te stappen naar een stelsel van zuivere scheiding van goederen. De gemeenschappelijke goederen zouden daardoor onverdeelde goederen worden. Vervolgens zouden de echtgenoten een beding van aanwas afsluiten.

 

De aanvragers vragen of deze verrichting een fiscaal misbruik zal uitmaken.

 

In het verleden werd een soortgelijke verrichting (impliciet) niet gesanctioneerd door Vlabel op grond van het algemeen fiscaal misbruikbeginsel, althans wanneer er een tussenpoos bestond tussen de wijziging van het stelsel en het sluiten van het aanwasbeding/kanscontract (voorafg.besl. nr. 17030 (2 jaar tussenpoos en nr. 17058 (minder dan 1  jaar tussenpoos); zie  ook nr. 18036).

 

Thans sanctioneert Vlabel deze verrichting op dezelfde manier als de symmetrische uitbreng van goederen uit het gemeenschappelijk vermogen naar de eigen vermogens van de echtgenoten, gevolgd door een beding van aanwas (voorafg. besl. nr. 19036).

 

59. Het kanscontract zal niet tegenstelbaar zijn aan de Vlaamse Belastingdienst.

 

Vermits het contract is gesloten vanaf 1 juni 2012 zal het afgetoetst worden aan de anti-misbruikbepalingen.

 

In de voorgenomen verrichting wordt eerst het gemeenschappelijk vermogen van de partijen verdeeld tussen de echtgenoten bij de overstap van het wettelijk stelsel naar een stelsel van zuivere scheiding van goederen. Daaropvolgend wordt met betrekking tot de beleggingsportefeuilles en de kunstwerken die (ingevolge de wijziging van hun huwelijksvermogensstelsel) respectievelijk tot de eigen vermogens van de echtgenoten behoren een beding van aanwas afgesloten. Deze voorgenomen verrichting maakt fiscaal misbruik uit in de zin van artikel 3.17.0.0.2 VCF aangezien er eenheid van opzet aanwezig is. Partijen konden immers al veel eerder tot de wijziging van hun huwelijksvermogensstelsel overgaan. De aangehaalde niet-fiscale motieven wegen niet op tegen de fiscale motieven.”

 

Het blijft gissen naar de bepaling waaraan de echtgenoten zich willen onttrekken. Vermoedelijk is dat art. 2.7.1.0.4 VCF. Vraag is dan of deze verrichting strijdig is met de doelstellingen van deze bepalingen. Men zou kunnen stellen dat dit niet het geval is omdat art. 2.7.1.0.4 VCF niet meer aan de orde is in een stelsel van scheiding van goederen. Vlabel ziet dat blijkbaar anders. Vraag is ook wat de doelstellingen van art. 2.7.1.0.4 VCF zijn. Hoe eng/breed moet dat geïnterpreteerd worden? En kan het algemeen fiscaal misbruikbeginsel van art. 3.17.0.0.2 VCF nog spelen wanneer men niet onder de toepassing van een specifieke anti-misbruik bepaling valt?

 

Andermaal is het criterium de eenheid van opzet. Dat criterium is nergens te vinden in art. 3.17.0.0.2 VCF. Vraag is dan wanneer er geen eenheid van opzet is. Hoeveel tijd moet er verstrijken tussen de overstap naar het stelsel van scheiding van goederen en het sluiten van het beding van aanwas? Is dat 3 jaar zoals bij de inbreng van een onroerend goed in het gemeenschappelijk vermogen gevolgd door een schenking aan de kinderen?

 

Andermaal blijkt dat het stelsel van gemeenschap van goederen minder flexibel is op het vlak van de successieplanning.

 

Een ander besluit is dat het “achterpoortje” van het beding van aanwas door Vlabel meer en meer gesloten wordt.

 

Gelukkig worden er ondertussen nieuwe achterpoortjes gecreëerd, zoals het huwelijksvermogensrechtelijk verblijvensbeding  met betrekking tot de onverdeeldheden in een stelsel van scheiding van goederen.

 

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Erfbelasting tussen echtgenoten is niet aanvaardbaar. Een vrijstelling voor verkrijgingen tussen echtgenoten leidt niet noodzakelijk tot minderontvangsten voor de Vlaamse schatkist. Dit is enkel het geval indien er geen terugverdieneffect is bij het overlijden van de langstlevende echtgenoot.

 

Nicolas Geelhand de Merxem